lesvoorbereiding
 
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)

Planten, dieren en de mens

  • herkennen en benoemen van onderdelen van het eigen lichaam (mens)
  • verkennen van de globale werking van lichaamsdelen
  • ontdekken en benoemen van eigen duidelijke uiterlijke kenmerken en de overeenkomsten of verschillen met andere mensen (kinderen)
  • vergelijken van onderdelen van de mens met onderdelen van dieren
  • zorg dragen voor en respectvol omgaan met de eigen gezondheid (lichamelijke en psychische)
  • onderzoeken van de uitwendige vorm en bouw van de ledematen van de mens en hun functie (vorm en functie)
  • onderscheiden en verkennen bij jezelf van 'de van buitenaf waarneembare' inwendige lichaamsdelen en organen (hart, bloedsomloop, longen, spieren, skelet, ademhaling en spijsverteringsstelsel) en verkennen wat hun functie is

Jezelf en de ander

  • herkennen van en omgaan met eigen gevoelens
  • openstaan voor gevoelens en emoties van anderen
  • ervaren van overeenkomsten en verschillen in opvattingen en gewoonten van mensen
  • ervaringen opdoen met eenvoudige filosofische gesprekken

De samenleving

  • zorgdragen voor de eigen leefomgeving (thuis, klas, school)
  • kennismaken met verschillende voorzieningen in de samenleving zoals onderwijs, politie en brandweer
  • kennisnemen van beroepen en bezigheden van volwassenen uit de naaste omgeving en hun werklocatie (werken)
  • verkennen van de rol van geld in onze samenleving (sparen, ruilen, lenen en kopen)

Tijd

  • herkennen en gebruiken van eenvoudige begrippen van tijdsaanduiding en tijdsindeling en hun onderlinge relaties
  • beseffen van de tijd van gebeurtenissen, het kost tijd iets te doen of te maken

Verschijnselen uit natuurkunde en techniek

  • verkennen en ontdekken van eigenschappen van materialen en stoffen
  • aangeven waarvan voorwerpen zijn gemaakt en de relatie tussen de vorm en de functie onderzoeken
  • maken van een object naar eigen ontwerp (idee en inzicht) met materialen en voorwerpen (bijv. bouwen met constructiemateriaal)
  • verkennen en toepassen van eenvoudige constructieprincipes voor een stabiel en stevig product (constructies) zoals stapelen, in elkaar passen, in-verband-leggen o.a. met constructiematerialen
  • experimenteren met eenvoudige verbindingen (bijv. lijm, knopen, spijkers, schroeven, bouten en moeren)
  • werken met een (eenvoudige) werktekening of handleiding
(Advertentie)